01-05-11

Ik haat Jan Mulder

Ik haat Jan Mulder omdat hij me doet denken aan Hugo Camps. Ik haat Jan Mulder omdat Hugo Camps me doet denken aan mezelf.

Ik haat Jan Mulder omdat zijn zoon zijn zoon is. Die haat heeft weinig te doen met zijn zoon en alles met het blote feit dat zijn zoon zijn zoon is.

Ik haat het dat iemand "Nooouuuu!" kan zeggen alsof de vier zijden van een speelplaats hun aggressie uitwerken op iemand die de speelplaats oversteekt.

Alles haat ik aan Jan Mulder, alles behalve dan misschien Jan Mulder zelf want hij is - per slot van rekening - ook maar Jan Mulder; en bijvoorbeeld niet Jan Leyers. Of zoiets.

Ook Jan Mulder is omringd door dingen die niet helemaal zijn zoals hij ze wilde. Ook voor Jan Mulder wordt er te weinig in katzwijm gevallen. Ik haat het wanneer mensen niet in katzwijm vallen.

Dat betekent nog niet dat je harder je best moet doen om redenen te geven om in katzwijm te vallen want het is al gauw een soort van bio-linguïstische oorlogsvoering. Aan liefdadigheid meedoen bijvoorbeeld, ik haat meedoen aan liefdadigheid. Zeker wanneer je het kan plaatsen.

Ik haat Jan Mulder omdat hij zo'n dingen wel kan plaatsen, vermoed ik. En dus - en dat is meer dan vermoeden - me verhindert om over eenzaamheid te schrijven en over hoe mensen nooit echt helemaal meegaan in wat men zoal af en toe verwacht dat ze in mee zouden gaan. Ik haat het dat er geen mededogen is en dat er daarom veel liefdadigheid is. De liefdadigheid die de moderne aflaat is.

Ik haat Jan Mulder niet omdat ik denk dat hij een gebrek aan mededogen heeft maar omdat hij ik denk dat hij - ondanks de afwezeigheid van een gebrek aan mededogen - meedoet aan alles wat slechts is om een gebrek aan mededogen te versieren met de sirkus-artiesterij die eigen is aan een gebeuren waarin winnaars geen winnaars willen zijn en dus dingen verzinnen die laten uitschijnen dat er geen verliezers zijn of tenminste niet mogen zijn & die daarom de verliezers veder in hun verlies dringen.

Nooouuuuuuu!

De commentaren zijn gesloten.